Derde Arubaanse oud-minister veroordeeld: wanneer is het genoeg?

ORANJESTAD - Aruba kreeg vorige week opnieuw te horen dat een voormalige minister een gevangenisstraf moet uitzitten voor feiten die tijdens zijn ambtsperiode zijn gepleegd. Met de veroordeling van Guilfred Besaril zijn, als de balans juist wordt opgemaakt, inmiddels drie oud-ministers definitief veroordeeld tot een straf die ook daadwerkelijk gevangenschap inhoudt: Paul Croes, Benny Sevinger en Besaril.
Daarmee is het verhaal nog niet afgelopen. Tegen andere voormalige bewindslieden lopen nog strafzaken of beroepsprocedures. Otmar Oduber wacht in september op de uitspraak in hoger beroep en ook tegen Glenbert Croes loopt nog een procedure. Daarnaast werd onlangs in hoger beroep de straf van voormalig parlementariër Alan Howell bevestigd.
Zoals in een rechtsstaat hoort, heeft iedere verdachte het recht zich te verdedigen en alle beschikbare rechtsmiddelen te benutten. Zolang een veroordeling niet definitief is, geldt de onschuldpresumptie.
Maar de grotere vraag gaat niet alleen over de schuld of onschuld van afzonderlijke politici. Wat zeggen deze zaken over het Arubaanse bestuur?
Geen toevallige incidenten meer
Drie voormalige ministers die binnen een relatief korte periode in de gevangenis belanden, kunnen moeilijk als een normale toevalligheid worden beschouwd. Het is een signaal dat ergens in het systeem iets niet naar behoren functioneert.
Dat kan liggen aan de selectie van kandidaten, de politieke cultuur, gebrekkige interne controles of onvoldoende toezicht. Wat de precieze oorzaak ook is, de uitkomst roept ernstige vragen op over het vertrouwen dat burgers in hun bestuurders kunnen stellen.
De belangrijkste vraag is daarom misschien niet waarom deze individuele politici over de schreef gingen, maar waarom het bestuurlijke systeem niet heeft kunnen voorkomen dat dit gebeurde.
Controle komt te laat
Een sterke democratie mag niet hoofdzakelijk afhankelijk zijn van officieren van justitie en rechters die misbruik van macht pas jaren later corrigeren. Goed bestuur vereist mechanismen die risico’s tijdig signaleren en onregelmatigheden stoppen voordat die uitgroeien tot strafbare feiten.
Daarvoor is een parlement nodig dat zijn controlerende taak stevig uitoefent. Ministeries moeten beschikken over effectieve interne controles, een professioneel ambtelijk apparaat en onafhankelijke toezichthouders die zonder politieke druk hun werk kunnen doen.
Wanneer die mechanismen onvoldoende functioneren, worden de gevolgen voor de samenleving veel groter. Niet alleen kan publiek geld verloren gaan, ook raakt het vertrouwen in de overheid beschadigd. Een strafzaak achteraf kan een verdachte bestraffen, maar herstelt dat vertrouwen niet automatisch.
Verantwoordelijkheid van politieke partijen
Ook de houding van politieke partijen verdient aandacht. Wanneer een partij na een definitieve veroordeling geen duidelijke afstand neemt van de bewezen gedragingen, biedt dat weinig garantie dat herhaling wordt voorkomen.
In sommige zaken bleven partijen kandidaten ondersteunen terwijl tegen hen een strafzaak liep. Het argument daarbij was dat “het volk op hen heeft gestemd”. Juridisch kan iemand inderdaad het recht hebben zich kandidaat te stellen. Politiek en moreel blijft echter de vraag of partijen niet ook verantwoordelijk zijn voor het beschermen van de geloofwaardigheid van de instellingen waarin hun kandidaten plaatsnemen.
Een politieke partij is geen passief doorgeefluik van de voorkeuren van kiezers. Zij selecteert kandidaten, bepaalt wie namens haar publieke functies vervult en stelt daarmee normen voor aanvaardbaar gedrag.
Strafrechtelijke en politieke verantwoordelijkheid
Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen strafrechtelijke en politieke verantwoordelijkheid. Een minister kan politiek verantwoordelijk zijn zonder strafrechtelijk veroordeeld te worden.
Gebrekkig leiderschap, onvoldoende toezicht of beslissingen die goed bestuur ernstig schaden, kunnen voldoende reden zijn om politieke consequenties te trekken. In volwassen democratieën leggen bestuurders hun functie soms neer zonder dat zij een misdrijf hebben gepleegd. Zij doen dat omdat zij erkennen dat het publieke vertrouwen bescherming verdient.
Een politiek leider vertegenwoordigt bovendien meer dan een partij. Hij of zij vervult ook een voorbeeldfunctie. Wanneer een strafrechtelijke veroordeling of een ernstig integriteitsvraagstuk geen politieke gevolgen heeft, krijgt de samenleving de boodschap dat politieke verantwoordelijkheid van ondergeschikt belang is.
Ook de kiezer heeft een rol
De politiek houdt de samenleving tegelijkertijd een spiegel voor. Politici komen niet uit het niets; zij worden door kiezers gekozen. Wanneer kandidaten ondanks ernstige beschuldigingen brede steun blijven ontvangen, laat dat zien dat een deel van het electoraat andere zaken belangrijker vindt dan integriteit.
Voor sommige kiezers weegt partijloyaliteit zwaarder dan het publieke gedrag van een kandidaat. Dat is een ongemakkelijke constatering, maar wel een die aandacht verdient.
Dat betekent niet dat alle politici op Aruba hetzelfde zijn. Het eiland kent veel integere politici en ambtenaren die hun werk met toewijding verrichten. Juist daarom richten corruptie en machtsmisbruik zoveel schade aan. Ze treffen niet alleen de betrokken personen en instellingen, maar werpen ook een schaduw over iedereen die het publieke belang wel te goeder trouw dient.
Meer nodig dan strengere wetten
De oplossing is niet eenvoudig. Alleen strengere wetgeving zal niet voldoende zijn. Transparantie, onafhankelijk toezicht, bescherming van klokkenluiders, betere interne controles en een cultuur waarin bestuurders daadwerkelijk verantwoording afleggen, moeten een vast onderdeel van het bestuur worden.
Ook moeten de instituties die machtsmisbruik moeten voorkomen verder worden versterkt. Onregelmatigheden moeten worden ontdekt en gecorrigeerd voordat ze in de rechtszaal eindigen. Politieke partijen moeten daarnaast de moed hebben hogere ethische normen te stellen aan hun eigen kandidaten en leiders.
Uiteindelijk ligt een belangrijk deel van de verandering bij de kiezer. Iedere stem geeft een signaal af. Zolang integriteit, eerlijkheid en verantwoordelijkheid geen doorslaggevende criteria zijn bij het kiezen van bestuurders, zal een structurele verandering moeilijk tot stand komen.
Rechtspraak functioneert, preventie schiet tekort
De recente veroordelingen kunnen worden beschouwd als bewijs dat de Arubaanse rechtsstaat, ondanks zijn tekortkomingen, bereid en in staat is ook voormalige machthebbers ter verantwoording te roepen. Dat is een positief signaal.
Tegelijkertijd zijn de zaken een waarschuwing: de mechanismen die machtsmisbruik hadden moeten voorkomen, hebben kennelijk niet voldoende gewerkt. Het succes van een democratie wordt niet alleen bepaald door haar vermogen corruptie achteraf te bestraffen, maar vooral door haar vermogen corruptie te voorkomen.
De uitdaging voor Aruba is daarom groter dan het afrekenen met het verleden. Het eiland moet een bestuurlijk systeem opbouwen waarin het nieuws dat opnieuw een oud-minister naar de gevangenis moet een uitzonderlijke gebeurtenis wordt – en niet iets waaraan de bevolking langzaam gewend raakt.





























