
ORANJESTAD – De commerciële banken op Aruba hadden begin april samen bijna 250 miljoen florin meer beschikbaar dan aan het einde van 2025. Het totale geldoverschot bij de banken steeg daardoor naar ruim 1,16 miljard florin. Dat blijkt uit nieuwe cijfers van de Centrale Bank van Aruba.
Het bedrag wordt door de Centrale Bank aangeduid als „overtollige liquiditeit”. In gewone taal gaat het om geld dat banken beschikbaar hebben boven op de financiële buffer die zij verplicht moeten aanhouden.
Dat betekent niet dat de banken 1,16 miljard florin winst hebben gemaakt. Het gaat grotendeels om geld dat bij de banken is gestort, maar nog niet is gebruikt voor nieuwe leningen, betalingen of andere verplichtingen. Het geeft banken in beginsel wel meer ruimte om geld uit te lenen.
Aan het einde van december 2025 bedroeg het overschot nog 918 miljoen florin. Op 3 april was dat gestegen naar bijna 1,2 miljard florin. Dat is een toename van bijna 250 miljoen florin in iets meer dan drie maanden.
Volgens de Centrale Bank komt de stijging vooral doordat de overheid en andere publieke instellingen meer geld op rekeningen bij commerciële banken hebben gezet. Ook de sterke toeristische bedrijvigheid bracht extra geld het Arubaanse banksysteem binnen.
Leningen groeien minder snel
De hoeveelheid geld die de banken daadwerkelijk uitleenden, groeide veel minder snel. In het eerste kwartaal nam het totaal aan leningen aan bedrijven en inwoners met bijna tachtig miljoen florin toe.
Daarvan ging ruim 42 miljoen florin extra naar bedrijven. De leningen aan particulieren namen met bijna veertig miljoen florin toe. De volledige binnenlandse kredietportefeuille van de banken kwam daarmee uit op ruim vijf miljard florin.
De cijfers laten dus zien dat er veel meer nieuw geld bij de banken binnenkwam dan er in dezelfde periode aan extra leningen werd verstrekt. Het verschil bleef grotendeels binnen het financiële systeem zitten.
Dat betekent overigens niet automatisch dat het voor inwoners gemakkelijker of goedkoper wordt om geld te lenen. Banken blijven bij iedere aanvraag kijken naar onder meer het inkomen, bestaande schulden en de mogelijkheid om de lening terug te betalen.
Verplichte buffer blijft gelijk
Commerciële banken mogen niet al het geld dat klanten bij hen storten opnieuw uitlenen. Zij moeten een deel daarvan als verplichte reserve aanhouden. Die buffer is bedoeld om het financiële systeem stabiel te houden.
De Centrale Bank heeft besloten dat percentage op 12,5 procent te laten staan. Eenvoudig gezegd moeten banken voor iedere 100 florin aan bepaalde tegoeden 12,50 florin als reserve aanhouden.
Door het percentage te verhogen, zou de Centrale Bank meer geld bij de banken kunnen vastzetten. De banken houden dan minder ruimte over om leningen te verstrekken. Dat kan helpen wanneer de kredietverlening of inflatie te snel oploopt. De Centrale Bank ziet daar nu geen aanleiding voor.
Voldoende dollars achter de florin
Ook de hoeveelheid buitenlandse valuta en andere internationale reserves nam toe. Deze reserves zijn belangrijk omdat de waarde van de Arubaanse florin vastzit aan die van de Amerikaanse dollar. De Centrale Bank moet daarom voldoende dollars en andere buitenlandse bezittingen achter de hand hebben.
De internationale reserves stegen in het eerste kwartaal met ruim 363 miljoen florin naar bijna vijf miljard florin. Dat is volgens de Centrale Bank ruim voldoende. Aruba zou daarmee 8,4 maanden aan betalingen aan het buitenland kunnen opvangen.
Ook de inflatie bleef laag. De prijzen waren in maart gemiddeld 1,1 procent hoger dan een jaar eerder. Gemeten over de voorgaande twaalf maanden bedroeg de inflatie 0,2 procent.
De Centrale Bank waarschuwt wel dat conflicten in het Midden-Oosten en mogelijke stijgingen van de olieprijs gevolgen kunnen hebben voor Aruba. Duurdere olie kan producten en vervoer duurder maken en tegelijkertijd druk zetten op de buitenlandse reserves.
De cijfers geven geen actueel beeld van augustus. Het rentebesluit werd op 8 mei genomen en ging op 1 juni in. De uitgebreide uitleg werd pas op 28 juli gepubliceerd en is gebaseerd op cijfers tot maart en begin april.





























