Aruba voert voor het eerst wettelijk renteplafond in voor consumentenkredieten

ORANJESTAD – Kredietverstrekkers op Aruba mogen vanaf 1 augustus maximaal 25 procent rente en kosten rekenen over nieuwe consumentenkredieten. Het is voor het eerst dat Aruba hiervoor een wettelijke bovengrens invoert.
De regeling geldt alleen voor kredieten die vanaf 1 augustus 2026 worden verstrekt. Hieronder vallen geldleningen, goederenkredieten en leningen waarbij goederen als onderpand worden gebruikt. De limiet blijft vooralsnog gelden tot en met december 2027.
Met de maatregel treedt artikel 5 van de Landsverordening Regeling Consumentenkrediet in werking. Dat artikel biedt de wettelijke basis om de kosten van krediet te begrenzen. Tot nu toe bestond op Aruba geen wettelijke limiet voor de rente en andere kosten die kredietverstrekkers consumenten in rekening mochten brengen.
De ministeriële regeling bevat ook bepalingen over kosten bij betalingsachterstanden, het vervroegd aflossen van leningen en buitengerechtelijke incassokosten.
Civiel recht
De nieuwe bescherming heeft voorlopig vooral een civielrechtelijke werking. Dat betekent dat consumenten zelf naar de rechter moeten stappen wanneer een kredietverstrekker meer dan het toegestane maximum rekent. Autoriteiten kunnen in deze eerste fase nog niet rechtstreeks op basis van de volledige kredietwet ingrijpen.
Andere belangrijke onderdelen van de Landsverordening Regeling Consumentenkrediet worden later ingevoerd. Het gaat onder meer om informatieverplichtingen voor kredietverstrekkers, normen voor verantwoord lenen, een kredietregister en regels voor toezicht en naleving.
De regelgeving wordt gefaseerd ingevoerd omdat de regering ook rekening wil houden met de gevolgen voor bedrijven die leningen verstrekken. De werking van het renteplafond en de gevolgen voor de kredietmarkt worden tot eind 2027 gevolgd en geëvalueerd.
De voorbereiding van de consumentenwet begon onder de vorige Arubaanse regering. Daarbij werden onderzoek uitgevoerd en gesprekken gevoerd met betrokken partijen. De Centrale Bank van Aruba en de Directie Wetgeving en Juridische Zaken waren bij de uitwerking betrokken.





























