
ORANJESTAD – Een alleenstaande met een minimumloon kwam in juni op Aruba, ook na de reparatietoeslag, 503 florin tekort om de noodzakelijke maandelijkse uitgaven te kunnen betalen. Zonder die toeslag bedroeg het verschil tussen het minimumloon en het door het CBS berekende bestaansminimum zelfs 678 florin. Dat blijkt uit de nieuwste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
Ook gezinnen hebben steeds meer geld nodig om rond te komen. Voor een huishouden met twee volwassenen en twee kinderen berekende het CBS in juni een bestaansminimum van 5.639 florin per maand. Dat was 51 florin meer dan in april, maar twee florin minder dan in mei. Voor een alleenstaande volwassene lag dat bestaansminimum op 2.685 florin.
Het gaat niet alleen om boodschappen, maar om alle noodzakelijke uitgaven, waaronder voeding, huisvesting, kleding, vervoer, gezondheidszorg en communicatie.
Het bestaansminimum daalde in juni nauwelijks ten opzichte van mei. Maar over twee maanden bezien zijn de noodzakelijke kosten wel gestegen. In april bedroeg het bestaansminimum 5.588 florin voor een gezin en 2.661 florin voor een alleenstaande. Een gezin had in juni dus 51 florin meer nodig dan in april. Voor een alleenstaande bedroeg de stijging 24 florin.
Bestaansminimum per sector
Van de 5.639 florin die een gezin in juni volgens het CBS nodig had, ging het grootste gedeelte naar voeding en alcoholvrije dranken: 2.385 florin. Huisvesting vormde met 1.675 florin de tweede grote kostenpost.
|
Sector |
Juni 2025 |
Juni 2026 |
Verschil |
|---|---|---|---|
|
Voeding en alcoholvrije dranken |
Afl. 2.304 |
Afl. 2.385 |
+ Afl. 81 |
|
Huisvesting |
Afl. 1.660 |
Afl. 1.675 |
+ Afl. 15 |
|
Overige goederen en diensten |
Afl. 351 |
Afl. 363 |
+ Afl. 12 |
|
Vervoer |
Afl. 321 |
Afl. 353 |
+ Afl. 32 |
|
Kleding en schoeisel |
Afl. 246 |
Afl. 230 |
- Afl. 16 |
|
Communicatie |
Afl. 174 |
Afl. 179 |
+ Afl. 5 |
|
Recreatie en cultuur |
Afl. 155 |
Afl. 155 |
gelijk |
|
Huishoudelijke uitgaven |
Afl. 116 |
Afl. 110 |
- Afl. 6 |
|
Onderwijs |
Afl. 97 |
Afl. 99 |
+ Afl. 2 |
|
Gezondheidszorg |
Afl. 86 |
Afl. 89 |
+ Afl. 3 |
|
Totaal |
Afl. 5.509 |
Afl. 5.639 |
+ Afl. 130 |
Ten opzichte van juni vorig jaar is het bestaansminimum voor een gezin met 130 florin per maand gestegen. Voeding was verantwoordelijk voor 81 florin van die toename. Vervoer werd 32 florin duurder en huisvesting 15 florin.
Kleding en schoeisel vormden de grootste daler. Daarvoor rekent het CBS nu zestien florin minder dan een jaar geleden. Ook de berekende huishoudelijke uitgaven daalden, met zes florin.
Minimumloon niet voldoende voor alleenstaande
Een alleenstaande die het minimumloon verdient, komt volgens de berekening nog altijd honderden florins per maand tekort. Het bestaansminimum bedroeg in juni 2.685 florin, terwijl het minimumloon op 2.007 florin lag. Dat levert een verschil op van 678 florin per maand.
Wanneer de reparatietoeslag van 175 florin wordt meegerekend, resteert een tekort van 503 florin. Volgens het CBS is het verschil tussen het minimumloon en het bestaansminimum voor een alleenstaande het grootste dat in een junimaand in de afgelopen zes jaar is gemeten.
Wat zit in de consumptiemand?
De consumptiemand van het CBS bevat 408 goederen en diensten. Het is geen boodschappenlijst die ieder huishouden letterlijk iedere maand koopt. De mand is een rekenmodel waarmee het CBS volgt hoe de prijzen van de gemiddelde uitgaven van consumenten veranderen.
De producten en diensten zijn verdeeld over twaalf sectoren: voeding en alcoholvrije dranken, alcoholhoudende dranken en tabak, kleding en schoeisel en huisvesting. Dan zijn er de huishoudelijke uitgaven, gezondheidszorg, vervoer en communicatie. Gevolgd door recreatie en cultuur, onderwijs, restaurants en hotels en de categorie overige goederen en diensten.
Niet ieder product telt even zwaar mee. Huisvesting, voeding en vervoer hebben bijvoorbeeld een grotere invloed op het algemene prijspeil dan onderwijs of tabak, omdat huishoudens daaraan gemiddeld een groter deel van hun geld uitgeven.
In juni werd bijna de helft van de 408 producten en diensten duurder dan in mei. Bij 35 procent daalde de prijs en bij bijna zestien procent bleef die gelijk. Goederen werden gemiddeld 0,3 procent duurder, terwijl diensten gemiddeld 0,3 procent goedkoper werden.
Vooral huishoudelijke uitgaven stegen sterk, met vijf procent. Gezondheidszorg werd 4,6 procent duurder en vervoer één procent. Daartegenover stonden dalingen bij kleding en schoeisel van bijna vijf procent, communicatie van vier procent en restaurants en hotels van drie procent.
Per saldo steeg het algemene prijsniveau in juni met 0,1 procent ten opzichte van mei. Vergeleken met juni 2025 waren de consumentenprijzen 2,4 procent hoger.
Het CBS baseert het huidige bestaansminimum nog altijd op zijn onderzoek uit 2010. Dat basisbedrag wordt iedere maand aangepast aan de prijsontwikkeling binnen de consumptiemand. Het cijfer is daarmee een statistische schatting van het benodigde inkomen en niet het bedrag dat ieder huishouden daadwerkelijk uitgeeft.




























