
ORANJESTAD – De Arubaanse regering houdt de helft van de tijdelijke subsidie op benzine en diesel in stand. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat consumenten alsnog de volle rekening krijgen van de schommelingen op de internationale oliemarkt.
De subsidie werd eerder ingevoerd voor een periode van drie maanden, nadat spanningen in het Midden-Oosten de internationale olieprijzen opdreven. Zonder overheidsingrijpen zouden de hogere brandstofkosten direct zijn doorberekend aan automobilisten en bedrijven op Aruba.
Nu de internationale marktprijzen weer dalen, kiest de regering ervoor om de subsidie niet volledig af te bouwen. De helft blijft gehandhaafd. Volgens het ministerie van Financiën, Economische Zaken en Primaire Sector profiteren consumenten daardoor direct van lagere pompprijzen, terwijl de overheid tegelijk ruimte houdt voor een voorzichtiger financieel beleid.
Dalende olieprijzen, bewuste keuze
De verlaging van de pompprijzen is dus niet alleen het gevolg van lagere internationale olieprijzen, maar ook van het besluit om een deel van de overheidssubsidie te behouden. Tegelijk gebruikt de regering de ruimte die ontstaat door de dalende marktprijzen om de accijnzen op benzine en diesel aan te passen. Volgens het ministerie kan dat zonder extra druk op de portemonnee van consumenten.
Koopkracht én schatkist beschermd
Daarmee kiest het kabinet voor een dubbele lijn: de koopkracht van burgers wordt deels beschermd, terwijl de overheidsinkomsten worden versterkt. Het ministerie zegt de ontwikkelingen op de internationale oliemarkt maandelijks te blijven volgen.
De brandstofprijzen op Aruba worden vastgesteld op basis van internationale noteringen, waaronder de US Gulf Coast Postings. De nieuwe tarieven gelden sinds 8 juli.





























