
ORANJESTAD – De Arubaanse regering wil alle eigenaren van vakantiewoningen verplicht laten registreren, maar volgens jurist Lincoln D. Gomez ontbreekt daarvoor onder de huidige wetgeving de bevoegdheid. Hij waarschuwt dat de regering met haar nieuwe registratieplan mogelijk opnieuw tegen juridische problemen aanloopt. Een recente rechterlijke uitspraak over de bevoegdheden van ministers maakt die waarschuwing extra actueel.
De regering maakte donderdag bekend dat alle bestaande vakantiewoningen op Aruba moeten worden geregistreerd, ook wanneer de eigenaren al over de benodigde vergunningen beschikken. Wie niet meedoet, komt niet in aanmerking voor legalisatie of een eventuele tijdelijke gedoogregeling.
Volgens Gomez, die zaterdag een uitgebreide juridische analyse op zijn website publiceerde, heeft de regering echter nog niet duidelijk gemaakt op welke wettelijke grondslag zij deze verplichting baseert.
Vier ministers, maar wie is bevoegd?
Het registratieplan werd aangekondigd door vier betrokken ministeries. Maar volgens Gomez betekent gezamenlijke politieke verantwoordelijkheid niet automatisch dat de ministers ook de wettelijke bevoegdheid hebben om registratie af te dwingen.
De bestaande vergunningenwetgeving voor logiesaccommodaties valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Volksgezondheid. Die regelgeving dient volgens Gomez in de eerste plaats een volksgezondheidsbelang en kan niet zonder meer worden gebruikt om toeristisch beleid, woningbouwbeleid en ruimtelijke ordening te reguleren.
Hij stelt dat noch de minister van Volksgezondheid, noch de drie andere betrokken ministers op grond van de huidige wetgeving alle eigenaren van vakantiewoningen tot registratie kunnen verplichten.
Als de wettelijke bevoegdheden ontbreken, moet de regering volgens hem eerst de benodigde wetswijzigingen doorvoeren.
Rechter floot regering eerder terug
Gomez verwijst naar een uitspraak van het Gerecht in Eerste Aanleg van 30 september in de zaak-Ibersol.
In die zaak vernietigde de rechter overheidsbesluiten waarmee een natuurontheffing voor een hotelproject was geweigerd. Een van de redenen was dat de besluiten niet waren genomen door de wettelijk bevoegde minister.
De zaak draaide om de verdeling van ministeriële bevoegdheden na een reorganisatie van de Arubaanse overheid. De rechter constateerde dat de formele juridische toedeling van verantwoordelijkheden niet volledig was geregeld.
Volgens Gomez laat de uitspraak zien dat een politieke herverdeling van ministeries niet automatisch betekent dat ook de wettelijke bevoegdheden zijn overgedragen.
Die rechterlijke uitspraak ging niet over vakantiewoningen, maar Gomez vindt dat dezelfde bevoegdheidsvragen bij het nieuwe registratieplan moeten worden beantwoord.
Registratie maakt illegale verhuur niet legaal
De jurist plaatst ook vraagtekens bij de aangekondigde mogelijkheden om bestaande vakantiewoningen te legaliseren.
De regering wil onderscheid maken tussen groene, gele en rode gebieden, waarbij per gebied andere mogelijkheden bestaan om vakantieverhuur toe te staan.
Volgens Gomez blijft het Ruimtelijk Ontwikkelingsplan met Voorschriften (ROPV) daarbij juridisch bepalend. Wanneer vakantieverhuur op een bepaalde locatie niet is toegestaan, kan een registratie die activiteit niet automatisch legaliseren.
Daarvoor zijn volgens hem de daarvoor bestemde procedures nodig, zoals een wijziging van het ruimtelijke beleid of een wettelijk toegestane ontheffing.
De regering moet daarom duidelijk maken op welke bepalingen eventuele legalisaties worden gebaseerd en hoe burgers en omwonenden daartegen bezwaar kunnen maken.
Eerdere registratiepoging mislukte
Gomez herinnert daarnaast aan een eerdere poging om vakantieverhuur op Aruba te registreren, ongeveer tien jaar geleden.
Volgens zijn ervaringen uit de rechtspraktijk maakte de overheid het destijds voor sommige eigenaren bijzonder moeilijk om aan de registratieverplichtingen te voldoen.
Hij vindt dat de regering eerst moet onderzoeken waarom dat systeem niet goed functioneerde, voordat eigenaren opnieuw verantwoordelijk worden gehouden voor het ontbreken van registratie.
Ook waarschuwt hij voor onnodige bureaucratie. De overheid beschikt immers zelf al over veel relevante documenten, waaronder bouwvergunningen en erfpachtgegevens. Eigenaren zouden die volgens hem niet opnieuw allemaal hoeven aanleveren.
Daarnaast wil hij weten welke persoonsgegevens de overheid gaat verzamelen, wie toegang krijgt tot die gegevens en welke wettelijke waarborgen daarvoor bestaan.
Registratieperiode nog niet bekend
De regering heeft aangekondigd dat eigenaren drie maanden de tijd krijgen om hun vakantiewoningen te registreren. De exacte begin- en einddatum van die periode moeten nog worden bekendgemaakt.
Als referentiedatum geldt 1 november 2026. Die datum bepaalt welke bestaande accommodaties en projecten voor beoordeling of een overgangsregeling in aanmerking kunnen komen. Het is niet de datum waarop de registratie begint.
Een speciale taskforce van de betrokken ministeries moet de uitvoering coördineren.
Gomez verzet zich niet tegen registratie als zodanig. Hij vindt dat de overheid duidelijkheid moet scheppen in de sterk gegroeide sector van vakantieverhuur, maar benadrukt dat ook de regering zich daarbij aan de wet moet houden.
Zijn belangrijkste boodschap is dat eerst moet vaststaan wie bevoegd is, welke regels gelden en hoe eigenaren daaraan kunnen voldoen.
Of het registratieplan daadwerkelijk juridisch onhoudbaar is, staat daarmee nog niet vast. Daarover heeft de rechter zich niet uitgesproken. De regering zal wel moeten kunnen aantonen op welke wettelijke bevoegdheden de aangekondigde verplichtingen berusten.





























