
WILLEMSTAD – Het Openbaar Ministerie heeft de strafzaak tegen M.E. de Meza en zijn echtgenote beëindigd nadat het echtpaar een verlaagde transactie heeft geaccepteerd en betaald. Beiden waren al gedagvaard om op 24 augustus voor de rechter te verschijnen op verdenking van het jarenlang opzettelijk onjuist of onvolledig doen van aangiften inkomstenbelasting.
Volgens het OM hebben De Meza en zijn vrouw tussen 1 januari 2009 en 31 december 2021 meerdere keren onjuiste en onvolledige gegevens verstrekt in hun aangiften inkomstenbelasting. Het OM ging ervan uit dat de strafzaak bewijsbaar was.
Tijdens een eerste TOM-zitting, op 10 juni, kregen beide verdachten de mogelijkheid om strafvervolging te voorkomen door een geldbedrag te betalen. Zij gingen toen niet op dat voorstel in. Vervolgens werden zij gedagvaard voor de inhoudelijke behandeling van de zaak bij het Gerecht in Eerste Aanleg op 24 augustus.
Op verzoek van De Meza en zijn echtgenote vond op 7 augustus een tweede TOM-zitting plaats. Het OM stelde toen een lager transactiebedrag vast. Volgens het OM gebeurde dat op basis van “specifieke zaaks- en persoonsgerelateerde omstandigheden”.
Welke omstandigheden aanleiding waren om het bedrag te verlagen, maakt het OM niet bekend.
De twee verdachten accepteerden het nieuwe voorstel en betaalden de bedragen op 11 augustus. Het OM trok daarop woensdag de beide dagvaardingen in. Daarmee komt er geen inhoudelijke behandeling van de belastingzaak door de rechter.
Het OM maakt in de bekendmaking niet bekend hoe hoog het oorspronkelijke transactiebedrag was, hoeveel lager het tweede aanbod uitviel en welk financieel nadeel volgens het onderzoek door de onjuiste of onvolledige belastingaangiften zou zijn ontstaan.
Door betaling van de transactie is de strafzaak definitief afgedaan. Er volgt geen strafvervolging meer.





























