Arubaanse ambtenaar definitief ontslagen na bevoordeling familie bij uitgifte overheidsterreinen

ORANJESTAD – Het strafontslag van een medewerker van de Arubaanse Directie Infrastructuur en Planning (DIP) blijft in stand. De Raad van Beroep in Ambtenarenzaken oordeelt dat de ambtenaar zich schuldig heeft gemaakt aan ernstige belangenverstrengeling en misbruik van zijn functie bij de uitgifte van overheidsterreinen.
De medewerker werkte sinds 2002 bij DIP en was betrokken bij de administratie, controle en handhaving rond erfpachtpercelen. Volgens de Raad bemoeide hij zich vanuit zijn functie met procedures waarbij twee percelen werden uitgegeven of overgedragen aan zijn dochter en een ander familielid.
Beide familieleden woonden op dat moment in Nederland. Volgens het destijds geldende beleid kwamen alleen meerderjarige inwoners van Aruba in aanmerking voor een erfpachtperceel. Toch werd in verschillende documenten de indruk gewekt dat de dochter en het andere familielid op het woonadres van de ambtenaar op Aruba stonden ingeschreven.
Percelen
Een van de percelen werd in 2011 aan zijn dochter uitgegeven. Zij verkocht het later voor 59.000 florin. De Raad stelt vast dat onduidelijk bleef of bij die verkoop was voldaan aan de voorwaarde dat de woning op het terrein minimaal drie jaar voltooid moest zijn.
Bij een tweede perceel werd de voorgeschreven bouwtermijn met ongeveer twaalf jaar overschreden. De ambtenaar had vanuit zijn functie op de naleving daarvan moeten toezien, maar deed dat niet. Ook gebruikte hij een door zijn echtgenote gehuurd terrein dat bestemd was voor landbouw, veeteelt of het houden van kleinvee. Niet aannemelijk is gemaakt dat het terrein overeenkomstig die bestemming werd gebruikt.
Eigen verantwoordelijkheid
De medewerker voerde aan dat hij volgens de gebruikelijke werkwijze binnen DIP handelde en dat zijn leidinggevenden daarvan op de hoogte waren. De Raad vindt dat niet bewezen. Ook een eventuele gebrekkige integriteitscultuur binnen de overheidsdienst ontslaat een ambtenaar volgens de rechters niet van zijn eigen verantwoordelijkheid.
De beschuldiging van valsheid in geschrifte houdt in hoger beroep niet stand. De ambtenaar had op een formulier wel een kruisje geplaatst bij een vraag over een bewijs van inschrijving, maar daaruit kan volgens de Raad niet worden afgeleid dat hij bewust een onjuiste verklaring aflegde.
Dat onderdeel verandert niets aan het ontslag. De bewezen belangenverstrengeling, het misbruik van zijn functie en het handelen in strijd met de regels vormen samen ernstig plichtsverzuim. Vanwege de ernstige aantasting van zijn betrouwbaarheid en integriteit is onvoorwaardelijk strafontslag volgens de Raad niet disproportioneel.
De gouverneur van Aruba ontsloeg de medewerker in januari 2025 met onmiddellijke ingang. Het Gerecht in Ambtenarenzaken liet dat besluit eerder al in stand. Het hoger beroep van de ambtenaar is nu afgewezen.





























