Aruba en Curaçao slaan handen ineen voor digitaler onderwijs en overheid

ORANJESTAD – Aruba en Curaçao gaan kennis en digitale systemen uitwisselen voor de modernisering van het onderwijs en de overheid. De landen tekenden daarvoor een driejarige samenwerkingsovereenkomst, al moeten concrete projecten en financiële afspraken nog worden uitgewerkt.
De overeenkomst werd ondertekend door de Arubaanse minister van Onderwijs en Innovatie Gerlien Croes en haar Curaçaose ambtgenoot Sithree van Heydoorn.
Curaçao gaat Aruba ondersteunen met de kennis die is opgedaan bij de ontwikkeling van de Centraal Landelijke Onderwijs Applicatie (CLOA). Dit systeem gebruikt centrale onderwijsplatformen en dashboards om gegevens over leerlingen, scholen en onderwijsprestaties te verzamelen en te analyseren.
Aruba deelt op zijn beurt zijn ervaringen met digitale overheidsdiensten, het koppelen van informatiesystemen en de ontwikkeling van een Shared Service Organisatie. Zo’n organisatie kan gemeenschappelijke digitale voorzieningen voor verschillende overheidsdiensten beheren.
Van leerlingdata tot STEM-onderwijs
Een belangrijk onderdeel van de samenwerking is de ontwikkeling en uitwisseling van systemen voor leerlingregistratie en onderwijsdata. Aruba wil met steun van Curaçao een routekaart opstellen voor de verdere digitalisering van het onderwijs.
Ook wordt onderzocht hoe onderwijsregistraties kunnen worden gekoppeld aan de basisregistraties van de overheid. Hierdoor zouden gegevens tussen verschillende diensten eenvoudiger kunnen worden uitgewisseld.
Verder willen de landen kennis delen over digitale lesmethoden, curriculumontwikkeling en STEM-onderwijs: wetenschap, technologie, techniek en wiskunde. Mogelijke gezamenlijke proefprojecten richten zich op digitaal toetsen, analyse van leerprestaties en hybride onderwijs, waarbij klassikale lessen worden gecombineerd met digitaal leren.
Nog geen definitieve overeenkomst
De ondertekende overeenkomst is volgens de regeringen een voorbereidende stap. Tijdens werksessies moeten de plannen verder worden uitgewerkt, waarna een formelere overeenkomst kan volgen.
Er zijn nog geen afspraken bekendgemaakt over privacybescherming, gegevensbeheer en toegang tot de systemen. Beide landen wijzen een centraal contactpunt aan om de samenwerking te coördineren. Wanneer de eerste proefprojecten beginnen, hoeveel geld daarvoor beschikbaar is en welke scholen eraan deelnemen, is nog niet bekendgemaakt.






























