
ORANJESTAD – Aruba heeft volgens een nieuwe regionale index de vijfde meest weerbare economie van het Caribisch gebied. Het eiland scoort goed dankzij zijn sterke instituties, gezonde overheidsfinanciën en ligging buiten de orkaangordel. De grote afhankelijkheid van toerisme en import blijft echter een belangrijk risico.
Dat blijkt uit de nieuwe Resilience Index Caribbean van Economisch Bureau Amsterdam. Daarin zijn achttien Caribische landen beoordeeld op hun vermogen om economische en andere schokken op te vangen en daarvan te herstellen.
Jamaica staat met een score van 15,07 bovenaan, nipt gevolgd door Barbados met 15,05. Belize neemt de derde plaats in. Trinidad en Tobago en Aruba behalen beide een score van 13,84, maar worden in het rapport respectievelijk als vierde en vijfde vermeld.
Curaçao staat met 13,39 op de zesde plaats. Sint-Maarten eindigt als zestiende, voor Sint-Lucia en Haïti.
Meer dan economische groei
De ranglijst is gebaseerd op 26 indicatoren, verdeeld over zeven categorieën. Naast economische prestaties kijken de onderzoekers naar overheidsfinanciën, demografie, financiële stabiliteit, geografische risico’s, institutionele kwaliteit en duurzaamheid.
Het economische onderdeel weegt met 38,5 procent het zwaarst. Daarin worden onder meer het inkomen per inwoner, inflatie, werkloosheid, importafhankelijkheid, toerisme, inkomensongelijkheid en de omvang van de primaire sector meegewogen.
Volgens de onderzoekers wordt economische weerbaarheid niet alleen bepaald door het bruto binnenlands product. Ook gezonde overheidsfinanciën, sterke instituties, voldoende arbeidskrachten en het vermogen om op natuurrampen en klimaatverandering te reageren, spelen een rol.
Sterke instituties
Aruba dankt zijn hoge positie onder meer aan de kwaliteit van zijn instituties en rechtsstaat. Het rapport noemt daarnaast de beperkte interne risico’s en de gunstige geografische ligging.
Het eiland ligt buiten de orkaangordel en relatief weinig inwoners wonen in laaggelegen kustgebieden. Daardoor is Aruba minder kwetsbaar voor orkanen, overstromingen en andere klimaatgerelateerde schade dan veel andere Caribische landen.
Ook de overheidsfinanciën dragen bij aan de score. Aruba heeft de afgelopen jaren positieve primaire begrotingssaldi gerealiseerd. Dat betekent dat de overheid, wanneer de rentelasten buiten beschouwing worden gelaten, meer inkomsten dan uitgaven had.
Sterkere economische basis
Aruba scoort binnen het Caribisch gebied bovengemiddeld op economische factoren. Het inkomen per inwoner is relatief hoog, de werkloosheid laag en de inflatie stabiel. Ook beschikt het eiland volgens het onderzoek over een relatief goede importdekking en zijn de handelsrelaties over meerdere landen verspreid.
Toch kent de Arubaanse economie belangrijke kwetsbaarheden. Het eiland is sterk afhankelijk van toerisme en ingevoerde goederen. Een internationale crisis, pandemie of sterke daling van het aantal bezoekers kan daardoor snel grote gevolgen hebben voor de economie en de overheidsinkomsten.
De primaire sector, waaronder landbouw, veeteelt en visserij vallen, is zeer klein. Daardoor is Aruba voor voedsel en andere basisproducten grotendeels afhankelijk van import en kwetsbaar voor verstoringen in internationale aanvoerketens.
Economie boven capaciteit
Het rapport wijst ook op een relatief grote positieve productiekloof. Dat betekent dat de Arubaanse economie volgens de berekeningen boven haar normale productiecapaciteit draait.
Dat is op korte termijn gunstig voor groei en werkgelegenheid, maar kan de ruimte beperken om bij een nieuwe crisis nog verder op te schalen. Een economie die al tegen haar grenzen aanloopt, kan bovendien te maken krijgen met personeelstekorten, hogere prijzen en andere onevenwichtigheden.
Hoge financieringskosten
De belangrijkste zwakke punten van Aruba liggen volgens de onderzoekers op financieel, demografisch en duurzaamheidsgebied.
Hoewel de banken over relatief sterke kapitaalbuffers beschikken, betaalt de Arubaanse overheid relatief hoge rente op haar schulden. Daardoor blijft minder geld beschikbaar voor investeringen en voor maatregelen tijdens een economische crisis.
Curaçao scoort op dit onderdeel beter, vooral vanwege lagere financieringskosten die volgens het rapport samenhangen met gunstigere voorwaarden via Nederland. Aruba wordt daarnaast blootgesteld aan risico’s rond grondstofprijzen en ontwikkelingen op internationale financiële markten.
Arbeid en duurzaamheid
Ook de lage arbeidsparticipatie en de leeftijdsopbouw van de bevolking drukken de score. Een relatief klein deel van de bevolking is actief op de arbeidsmarkt, terwijl een groter wordende groep afhankelijk is van werkenden en publieke voorzieningen.
Het rapport noemt migratie eveneens als demografisch aandachtspunt. Verstoringen in de omvang en samenstelling van de bevolking kunnen leiden tot personeelstekorten en extra druk op de zorg, pensioenen en overheidsfinanciën.
Aruba scoort daarnaast zwak op duurzaamheid. De CO₂-uitstoot per inwoner ligt boven het regionale gemiddelde en de economie blijft sterk afhankelijk van fossiele energie. Het eiland heeft bovendien nauwelijks inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen die als buffer kunnen dienen wanneer de economie wordt getroffen door een externe schok.
Relatieve vergelijking
De onderzoekers benadrukken dat de ranglijst alleen een vergelijking tussen de achttien onderzochte Caribische landen biedt. De score is geen absolute beoordeling en kan niet rechtstreeks worden vergeleken met landen in Europa of Noord-Amerika.
Ook zijn niet voor alle eilanden even actuele en vergelijkbare gegevens beschikbaar. Sommige indicatoren zijn daarom gebaseerd op oudere cijfers of aannames. De economische indicatoren hebben bovendien een groter gewicht dan elk van de andere categorieën.
De Resilience Index Caribbean is opgesteld door een particulier economisch onderzoeksbureau. Het is geen officiële ranglijst van het IMF, de Wereldbank of een Caribische overheidsorganisatie.
-
Download hier de complete we Resilience Index Caribbean van Economisch Bureau Amsterdam





























