
DEN HAAG – Aruba heeft bij de Nationale Herdenking Slavernijverleden in het Amsterdamse Oosterpark een krans gelegd. Gevolmachtigde minister Mildred Schwengle deed dat woensdag namens de regering en bevolking van Aruba.
De herdenking stond stil bij de afschaffing van de slavernij door Nederland in 1863 in Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen, 163 jaar geleden.
De kranslegging valt samen met een nieuw besluit van de Arubaanse regering: 1 juli wordt voortaan een jaarlijkse nationale herdenkingsdag op Aruba. De regering maakte dat bekend tijdens de nationale emancipatieherdenking op het eiland. Daarmee krijgt de herdenking van de afschaffing van de slavernij een vaste plek op de nationale kalender.
Premier Mike Eman zei tegen Caribisch Netwerk dat het besluit moet bijdragen aan meer maatschappelijke bewustwording. Volgens hem heeft het slavernijverleden op Aruba lange tijd onvoldoende aandacht gekregen, mede doordat historische informatie beperkt toegankelijk was.
Na toespraken en een minuut stilte volgde de kranslegging bij het Slavernijmonument. Ook vertegenwoordigers van het Koninkrijk, Suriname, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten legden een krans.
Volgens het kabinet van de gevolmachtigde minister van Aruba spraken onder anderen minister-president Rob Jetten, burgemeester Femke Halsema van Amsterdam, gezaghebber John Soliano van Bonaire en NiNsee-voorzitter Dave Ensberg-Kleijkers tijdens de plechtigheid.
De jaarlijkse herdenking wordt georganiseerd door het Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis, NiNsee. Het Slavernijmonument in het Oosterpark werd in 2002 onthuld en is gemaakt door beeldhouwer Erwin de Vries.






























