Aruba kan nauwer bij EU aansluiten, maar bestuur moet eerst versterkt worden

ORANJESTAD – Aruba kan juridisch kiezen voor een nauwere band met de Europese Unie, maar een overstap naar de status van ultraperifeer gebied vraagt een ingrijpende versterking van het bestuur. Dat staat in een nieuw onderzoek van de University of Curaçao, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Aruba heeft nu, net als de andere Caribische delen van het Koninkrijk, de status van Land en Gebied Overzee, LGO. Daardoor geldt Europees recht slechts beperkt. Een status als ultraperifeer gebied, UPG, betekent dat Europees recht in beginsel volledig van toepassing wordt. Daar kunnen uitzonderingen op worden gemaakt.
Een UPG-status geeft Aruba toegang tot meer Europese fondsen en ruimere mogelijkheden voor staatssteun. Maar volgens de onderzoekers is dat geen garantie voor economische vooruitgang. Het land moet Europese programma’s ook kunnen aanvragen, uitvoeren en verantwoorden.
Grootste uitdaging
Juist daar ligt volgens het rapport de grootste uitdaging. Aruba is als autonoom land zelf verantwoordelijk voor wetgeving, beleid en uitvoering. Een overgang naar UPG betekent daarom dat het land grotendeels zelf Europese regels moet invoeren, toezicht moet organiseren en handhaving moet waarborgen.
De onderzoekers wijzen op beperkte specialistische kennis, lange wetgevingsprocedures en een kleine uitvoeringsorganisatie. Daardoor kan een omvangrijke Europese wetgevingsoperatie volgens hen een grote belasting vormen voor het Arubaanse bestuur.
De keuze raakt ook de verhoudingen binnen het Koninkrijk. Nederland blijft als EU-lidstaat aanspreekbaar op de naleving van Europees recht. Het Statuut biedt volgens het rapport nog geen uitgewerkt systeem voor doorlopend en preventief toezicht op de uitvoering van Europese verplichtingen door Aruba.
Geen voorkeur
Het onderzoek spreekt geen voorkeur uit voor behoud van de LGO-status of een overgang naar UPG. Die keuze is volgens de auteurs niet alleen financieel of juridisch, maar vooral politiek en bestuurlijk. Zij hangt samen met de vraag hoeveel Europese integratie Aruba wil, hoeveel eigen beleidsruimte het land wil behouden en welke uitvoeringskracht beschikbaar is.
Curaçao en Sint Maarten maken geen deel uit van het onderzoek. Beide landen hebben aangegeven niet betrokken te willen worden bij de analyse. Het rapport doet daarom geen afzonderlijke uitspraak over de voor- en nadelen van een andere EU-status voor Curaçao.






























