Caribische zetels in Kamer opnieuw besproken binnen IPKO

· - leestijd 1 minuut
Een deskundigengroep van het IPKO heeft tientallen voorstellen verzameld om de democratische vertegenwoordiging binnen het Koninkrijk te versterken
Een deskundigengroep van het IPKO heeft tientallen voorstellen verzameld om de democratische vertegenwoordiging binnen het Koninkrijk te versterken Foto: IPKO

DEN HAAG – Een door het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) ingestelde deskundigengroep heeft 31 bestaande en nieuwe voorstellen geïnventariseerd om het democratisch tekort binnen het Koninkrijk te verkleinen. Opvallend is dat daarbij ook vergaande staatsrechtelijke hervormingen opnieuw op tafel liggen, waaronder Caribische zetels in het Nederlandse parlement en de oprichting van een apart Koninkrijksparlement.

De deskundigengroep, waarin Curaçao, Aruba, Sint Maarten en Nederland ieder door één wetenschapper zijn vertegenwoordigd, begon begin dit jaar officieel met haar werkzaamheden. De opdracht is niet om zelf met nieuwe oplossingen te komen, maar om bestaande ideeën uit rapporten, adviezen en wetenschappelijke literatuur te verzamelen, analyseren en ordenen.

Deense model

Een van de meest opvallende voorstellen is het zogenoemde Deense model. Daarbij wordt het Nederlandse parlement uitgebreid met Caribische zetels, zodat inwoners van Aruba, Curaçao en Sint Maarten rechtstreeks vertegenwoordigd zijn bij de behandeling van Koninkrijksaangelegenheden. Ook het al langer bestaande idee van een afzonderlijk Koninkrijksparlement blijft volgens de inventarisatie een mogelijke oplossingsrichting.

Kader: Wat is het democratisch tekort binnen het Koninkrijk?

Met het democratisch tekort wordt bedoeld dat inwoners en parlementen van Aruba, Curaçao en Sint Maarten minder invloed hebben op besluiten die op Koninkrijksniveau worden genomen dan inwoners van Europees Nederland.

Hoewel de Caribische landen meebeslissen over Koninkrijksaangelegenheden via hun regeringen en gevolmachtigde ministers, hebben zij geen gekozen vertegenwoordigers in de Nederlandse Tweede en Eerste Kamer, waar rijkswetten uiteindelijk worden aangenomen. Ook kunnen de Staten van de Caribische landen die wetten niet zelf wijzigen of blokkeren.

Al tientallen jaren wordt daarom gezocht naar manieren om de democratische legitimiteit binnen het Koninkrijk te versterken. Ideeën variëren van meer bevoegdheden voor Caribische parlementen en een sterkere positie van de gevolmachtigde ministers tot een apart Koninkrijksparlement of zelfs Caribische zetels in de Nederlandse Staten-Generaal.


Daarnaast noemt de deskundigengroep voorstellen om Nederlanders die in de Caribische landen wonen stemrecht voor de Tweede Kamer te geven, Statenleden te betrekken bij de verkiezing van de Eerste Kamer en de invloed van de Caribische parlementen op rijkswetgeving uit te breiden met onder meer initiatief- en amendementsrechten. Ook een beperkt stemrecht voor bijzondere gedelegeerden in de Staten-Generaal behoort tot de geïnventariseerde opties.

Meer invloed voor Caribische landen

Op bestuurlijk niveau komen eerder geopperde ideeën opnieuw terug, zoals de instelling van een Koninkrijkssecretariaat, een sterkere positie voor de gevolmachtigde ministers en een jaarlijkse ‘Staat van het Koninkrijk’ die als basis moet dienen voor een parlementair debat. Ook onafhankelijke geschillenbeslechting tussen de landen blijft volgens de inventarisatie een belangrijk aandachtspunt.

De deskundigengroep benadrukt dat de lijst voorlopig is en geen aanbevelingen bevat. De voorstellen zijn gerangschikt naar vijf aspecten van het democratisch tekort: representatie, invloed, controle en verantwoording, machtsevenwicht en bestuurlijke capaciteit. In een volgende fase worden de verschillende opties verder geanalyseerd.


78 keer gelezen

Deel dit artikel: