
ORANJESTAD – Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie stelt de eerste toetsing van een levenslange gevangenisstraf op Aruba met een jaar uit. Het gaat om de zaak van C.A.H., van wie sinds februari wordt onderzocht of hij na twintig jaar detentie onder voorwaarden in vrijheid zou kunnen worden gesteld. Het Hof vindt dat nog onvoldoende duidelijk is aan welke voorwaarden daarvoor moet worden voldaan.
Het Openbaar Ministerie moet het Hof over zes maanden tussentijds informeren over de voortgang. De uiteindelijke beoordeling wordt nu in 2027 voortgezet.
Het is de eerste keer sinds de invoering van de regeling dat op Aruba een levenslange gevangenisstraf op deze manier wordt getoetst. Sinds 2014 bepaalt de Arubaanse wet dat het Hof na twintig jaar moet beoordelen of voortzetting van een levenslange straf nog noodzakelijk is.
Daarbij wordt gekeken naar het gevaar voor de samenleving, de mogelijkheden voor terugkeer en de belangen van slachtoffers en nabestaanden. Als geen invrijheidstelling volgt, moet de zaak vijf jaar later opnieuw worden beoordeeld.
Nabestaanden tegen vrijlating
Tijdens de zitting waren nabestaanden van een slachtoffer van C.A.H. aanwezig. Zij maakten duidelijk dat zij niet vinden dat hij moet worden vrijgelaten. Vooral het feit dat C.A.H. volgens hen nooit spijt heeft betuigd, weegt zwaar.
C.A.H. was zelf eveneens aanwezig. Het Hof sprak met hem en benadrukte dat het standpunt van de nabestaanden nadrukkelijk wordt meegenomen in de uiteindelijke beslissing.
Voor de toetsing heeft de Arubaanse overheid een Commissie Levenslanggestraften ingesteld. Die commissie verzamelt de informatie die het Hof nodig heeft om een beslissing te kunnen nemen.
Uitgangspunt van de wet is dat voortzetting van een levenslange gevangenisstraf alleen zinvol is als de straf nog een redelijk doel dient. Tegelijkertijd moeten de veiligheid van de samenleving en de positie van slachtoffers en nabestaanden zwaar meewegen.






























