Tekort minimumloner op Aruba loopt op tot hoogste niveau in zes jaar

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

ORANJESTAD – Een alleenstaande Arubaan die het minimumloon verdient, komt volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maandelijks 676 florin tekort om het berekende bestaansminimum te halen. Het tekort is daarmee het grootste voor een julimaand in de afgelopen zes jaar. Na de reparatietoeslag van 175 florin resteert nog altijd een tekort van 501 florin per maand.

Het CBS berekent het bestaansminimum voor een alleenstaande in juli 2026 op 2.683 florin per maand. Het minimumloon bedraagt 2.007 florin. Zonder aanvullende ondersteuning ontstaat daardoor een verschil van 676 florin.

De reparatietoeslag voor werknemers die daarvoor in aanmerking komen bedraagt 175 florin. Wordt die meegenomen, dan houdt een alleenstaande minimumloner volgens de berekening van het CBS nog een tekort van 501 florin per maand over.

Verschil wordt groter

Een jaar geleden bedroeg het bestaansminimum voor een alleenstaande 2.617 florin en het minimumloon 1.986 florin. Het tekort was toen 631 florin. Inclusief de toenmalige reparatietoeslag van 175 florin resteerde een verschil van 456 florin.

In een jaar tijd steeg het bestaansminimum daarmee met 66 florin, terwijl het minimumloon met 21 florin toenam. Daardoor liep het verschil vóór de toeslag met 45 florin op. Volgens het CBS is het tekort van 676 florin het hoogste dat voor de maand juli in de afgelopen zes jaar is gemeten.

In 2021 bedroeg het tekort nog 478 florin. Daarna liep het op tot 625 florin in 2022 en 647 florin in 2023. In 2024 en 2025 lag het verschil respectievelijk op 633 en 631 florin.

Gezin heeft 5.634 florin nodig

Ook voor gezinnen zijn de noodzakelijke kosten verder opgelopen. Een huishouden met twee volwassenen en twee kinderen had volgens het CBS in juli 5.634 florin per maand nodig om op het sociale bestaansminimum uit te komen.

Dat is 138 florin meer dan in juli vorig jaar, toen het bedrag op 5.496 florin lag. De stijging komt vooral door hogere kosten voor voeding en vervoer. Voedsel en alcoholvrije dranken kostten zo’n gezin op jaarbasis 80 florin extra per maand. Voor vervoer kwam daar 27 florin bij en voor huisvesting 19 florin.

Het CBS omschrijft het bestaansminimum als het inkomen dat minimaal nodig wordt geacht om op een adequate en maatschappelijk aanvaardbare manier te kunnen functioneren. Daarbij worden onder meer de kosten van voeding, kleding, huisvesting en vervoer meegenomen.

Prijzen in juli wel gedaald

Opvallend is dat het algemene prijspeil in juli juist iets daalde. De consumentenprijsindex kwam 0,4 procent lager uit dan in juni. Dat kwam onder meer door lagere prijzen voor huishoudelijke artikelen, gezondheidsproducten en vervoer.

Ten opzichte van juli vorig jaar liggen de consumentenprijzen echter nog altijd 2,2 procent hoger. Vooral vervoer werd in een jaar tijd duurder: gemiddeld 8,4 procent. Communicatie steeg met 4,9 procent en voedsel en alcoholvrije dranken met 3,5 procent.

Benzine werd in juli goedkoper dan een maand eerder, maar was nog altijd 16,1 procent duurder dan in juli 2025. Diesel lag zelfs 30,5 procent hoger dan een jaar geleden. Elektriciteit en water veranderden in die periode niet in prijs.

Voedsel blijft duurder

De kosten voor thuis gegeten voedsel stegen over de afgelopen twaalf maanden met 3,5 procent. Fruit werd gemiddeld 8,6 procent duurder, groenten 6,6 procent en vlees 4,3 procent.

Voor sommige producten waren de prijsstijgingen aanzienlijk groter. Appels werden volgens de CBS-metingen 19,1 procent duurder dan een jaar eerder en citroenen en mandarijnen 20,3 procent. Eieren vormden een uitzondering: die waren bijna 25 procent goedkoper.

Hoewel de prijzen in juli dus gemiddeld iets daalden, laat de ontwikkeling van het bestaansminimum zien dat de financiële ruimte voor minimumloners zeer beperkt blijft. Voor een alleenstaande dekt zelfs het minimumloon plus de reparatietoeslag volgens de CBS-berekening niet de minimale maandelijkse kosten.


66 keer gelezen

Deel dit artikel: