
ORANJESTAD – Het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum wil Aruba nadrukkelijk betrekken bij de inhoudelijke ontwikkeling van het museum. De bedoeling is dat ook de Arubaanse geschiedenis, ervaringen en perspectieven een vaste plaats krijgen in het bredere verhaal over het Nederlandse slavernijverleden.
Een delegatie van het Nationaal Slavernijmuseum is daarvoor op werkbezoek op Aruba. Directeur John Leerdam sprak vrijdag met premier Mike Eman, samen met Franc Weerwind, voorzitter van de Raad van Toezicht van het museum, en adviseur Ashley Chin.
Tijdens het gesprek stond vooral de vraag centraal hoe het museum kan aansluiten bij de Arubaanse context. Het Nationaal Slavernijmuseum wil zich ontwikkelen tot een instelling met betekenis voor het hele Koninkrijk en zoekt daarvoor samenwerking met partners in het Caribisch deel van het Koninkrijk.
Volgens de organisatie is die inbreng noodzakelijk omdat een belangrijk deel van de trans-Atlantische slavernijgeschiedenis zich in het Caribisch gebied heeft afgespeeld. Ook de gevolgen daarvan zijn volgens het museum nog altijd zichtbaar.
Het Nationaal Slavernijmuseum komt voort uit een jarenlange wens om het Nederlandse slavernijverleden structureel en vanuit meerdere perspectieven zichtbaar te maken. De gemeente Amsterdam en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap begonnen in 2017 met de voorbereidingen. De Stichting Nationaal Slavernijmuseum werd in april 2025 formeel opgericht.






























