Twee versies van dezelfde werkelijkheid: wat de Rekenkamer schreef, en wat de wereld las

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

ORANJESTAD - De Algemene Rekenkamer van Aruba publiceerde vorige week een rapport met een vernietigende conclusie: honderden miljoenen aan publieke middelen zijn deels buiten zicht en controle van de Staten geraakt. Het rapport spreekt over structurele tekortkomingen, uitgehold budgetrecht, gebrekkige verantwoording en bestuurlijk onjuiste informatievoorziening. Een snoeihard oordeel dus. Maar wie alleen de persberichten leest, krijgt een totaal ander beeld.

Redactioneel commentaar

Dat begint al bij de Rekenkamer zelf. In plaats van de politieke explosiviteit van het eigen onderzoek centraal te zetten, koos de Rekenkamer in haar persbericht voor bestuurlijke managementtaal over “verbeteringen”, “transparantie” en “beleidskaders”. De kern van het rapport — dat volgens de Rekenkamer “honderden miljoenen guldens buiten beeld en buiten controle” zijn geraakt — verdwijnt bijna tussen de regels.

Nog opvallender wordt het bij het persbericht van de Arubaanse regering. Daar wordt de indruk gewekt van een kabinet dat de aanbevelingen serieus neemt, bezig is met verbeteringen en ordelijk werkt aan hervormingen binnen het Landspakket. Alsof het hier gaat om een technisch verbetertraject. Niet om een fundamentele aantasting van democratische controle.

Maar het rapport van de Rekenkamer zelf zegt iets heel anders.

De Rekenkamer schrijft letterlijk dat het budgetrecht van de Staten wordt “uitgehold”. Dat is geen administratieve tekortkoming. Dat is een constitutionele waarschuwing. Het parlement verliest zicht op publieke middelen.

En publieke middelen zijn geen abstracte boekhoudkundige posten. Het is geld van burgers. Belastinggeld. Geld dat bedoeld is voor zorg, onderwijs, infrastructuur, armoedebestrijding en veiligheid. De kern van regeren is uiteindelijk niets anders dan het zorgvuldig, controleerbaar en eerlijk verdelen van publiek geld. Als een overheid daar een bestuurlijke chaos van maakt, dan neemt zij de burger fundamenteel niet serieus.

Nog pijnlijker: de Rekenkamer constateert dat Nederlandse en Europese financiers in sommige gevallen beter worden geïnformeerd dan de Staten van Aruba zelf. Dat is politiek explosief in een land waar autonomie voortdurend centraal staat in het politieke debat. Toch verdwijnt juist deze passage vrijwel volledig uit de publieke communicatie.

Ook de formulering rond “efficiëntie” laat zien hoe groot de discrepantie is. In het persbericht klinkt het alsof procedures soms wat praktischer zijn ingericht. Het rapport zelf stelt echter dat efficiëntie in de praktijk wordt gebruikt om reguliere begrotingscontrole te omzeilen en noemt dat bestuurlijk onjuist en strijdig met de Staatsregeling.

En dan het meest ontluisterende deel: de Rekenkamer constateert dat begrotingen ontbreken, jaarrekeningen uitblijven en uitgaven soms al plaatsvinden voordat parlementaire goedkeuring is verkregen. Bij het Tourism Product Enhancement Fund gebeurde dat zelfs meerdere jaren. Dat is geen detail. Dat raakt de kern van financieel bestuur.

Want zonder begrotingsdiscipline bestaat feitelijk geen democratische controle meer. Dan beslist niet het parlement waar publiek geld naartoe gaat, maar het systeem zelf, versnipperd, ondoorzichtig en zonder echte verantwoording.

Toch lezen veel mensen daar niets over terug in de berichtgeving. Waarom? Omdat een groot deel van de media simpelweg persberichten overschrijft. De harde conclusies van het rapport verdwijnen daardoor onder lagen bestuurlijke communicatie.

En precies daar ontstaat een ongemakkelijke vraag. Wat is nog de waarde van Rekenkameronderzoek als zelfs de Rekenkamer haar eigen conclusies politiek afzwakt in publieke communicatie? Waarom zulke scherpe bevindingen opschrijven als men vervolgens tegelijk probeert “constructief” en bestuurlijk vriendelijk te blijven richting dezelfde overheid die men zo hard bekritiseert?

Het rapport leest als een alarmbel. De persberichten lezen als schadebeperking.

Juist dat verschil voedt de verdenking dat niemand werkelijk van plan is fundamenteel te veranderen. Niet de regering, die de kritiek inpast in bestaande trajecten en toekomstvisies. Maar ook niet de bestuurlijke instituties zelf, die steeds vaker lijken te kiezen voor diplomatieke formuleringen in plaats van heldere publieke confrontatie.

De Rekenkamer schrijft nota bene zelf dat Aruba al jaren dezelfde praktijken blijft herhalen “in de hoop andere resultaten te bereiken”. Misschien geldt dat inmiddels ook voor het toezicht zelf.

Want als vernietigende rapporten eindigen als vriendelijke persberichten en oppervlakkige nieuwsberichten, dan dreigt de controlefunctie van de democratische rechtsstaat langzaam te veranderen in bestuurlijk ritueel.



178 keer gelezen

Deel dit artikel:

Bedrijvengids