Aruba en Curaçao: twee UNESCO-erkenningen, twee verschillende uitdagingen

Twee eilanden. Twee UNESCO-erkenningen. En toch draait het debat op Aruba en Curaçao uiteindelijk om precies dezelfde vraag: hoeveel ontwikkeling kan een eiland verdragen zonder zichzelf te verliezen? Edwin ‘Makambi’ Flemeling laat zien dat achter de feestelijke internationale onderscheidingen een veel ingewikkelder werkelijkheid schuilgaat – een werkelijkheid waarin economische groei, natuurbehoud en cultureel erfgoed steeds vaker met elkaar botsen.
Door | Edwin ‘Makambi’ Flemeling
De afgelopen tijd verschenen verschillende berichten over UNESCO in relatie tot Aruba en Curaçao. Historisch Willemstad staat al bijna dertig jaar op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Aruba kreeg onlangs de status van UNESCO-biosfeerreservaat. Beide erkenningen vallen onder de vlag van UNESCO, maar de betekenis ervan verschilt aanzienlijk.
Bescherming versus ontwikkeling
UNESCO onderscheidt wereldwijd drie categorieën: werelderfgoed (waarvan er wereldwijd ongeveer 1.000 zijn), biosfeerreservaten (ongeveer 730 wereldwijd) en geoparken (175 wereldwijd). Werelderfgoed richt zich in de eerste plaats op het behoud en de bescherming van cultureel of natuurlijk erfgoed van uitzonderlijke universele waarde. Biosfeerreservaten en geoparken leggen juist de nadruk op duurzame ontwikkeling, waarbij natuur, cultuur en landschap worden ingezet als basis voor maatschappelijke en economische vooruitgang.
In de praktijk kunnen deze doelstellingen elkaar raken, maar ook met elkaar botsen. Bescherming staat soms op gespannen voet met ontwikkeling. Het belang van erfgoed kan conflicteren met economische groei. Lokale bewoners en bezoekers hebben niet altijd dezelfde belangen. Ook bestaat er regelmatig spanning tussen internationale verwachtingen en lokale realiteiten. De uitdaging is om deze uiteenlopende belangen met elkaar in evenwicht te brengen.
Daarnaast bestaan er belangrijke juridische verschillen. Werelderfgoed is gebaseerd op een internationaal verdrag en brengt juridische verplichtingen met zich mee voor de betrokken landen. Biosfeerreservaten daarentegen functioneren binnen UNESCO-programma’s en kennen geen directe wettelijke verplichtingen. Daar draait het vooral om vrijwillige samenwerking, lokaal draagvlak en gezamenlijke initiatieven.
Willemstad: bescherming van een historische schat
Sinds 1997 staat de historische binnenstad van Willemstad op de UNESCO-Werelderfgoedlijst. Daarmee behoort de Curaçaose hoofdstad tot een select gezelschap van plaatsen die wereldwijd worden erkend vanwege hun uitzonderlijke culturele waarde, zoals o.a. Machu Picchu in Peru, Stonehenge in Engeland, de Akropolis in Athene, Griekenland, het Colosseum in Rome, Italië, de pyramides in Egypte, enz.
Willemstad onderscheidt zich door haar kleurrijke gevels, monumentale gebouwen, karakteristieke straatbeelden en unieke ligging rondom de Sint Annabaai. De vier historische stadswijken vormen samen een bijzonder geheel waarin Nederlandse architectuur uit de zeventiende en achttiende eeuw samengaat met invloeden uit Portugese, Spaanse en Afrikaanse tradities. Juist deze combinatie gaf Willemstad haar internationale erkenning.
Toch brengt die status ook uitdagingen met zich mee. Recentelijk hebben verschillende erfgoedorganisaties hun zorgen geuit over grootschalige bouwprojecten in en rond de historische binnenstad. Volgens hen kunnen dergelijke ontwikkelingen het historische karakter van het gebied aantasten en daarmee uiteindelijk zelfs de UNESCO-status in gevaar brengen.
Daartegenover staat het argument dat Curaçao economische ontwikkeling nodig heeft. Nieuwe hotels, appartementen en toeristische voorzieningen zorgen voor investeringen, werkgelegenheid en inkomsten. Vanuit die gedachte klinkt soms de kritiek dat erfgoedorganisaties de ontwikkeling van het eiland zouden belemmeren.
Een daarbij geuitte vraag is wat een UNESCO-status eigenlijk oplevert. Het antwoord laat zich niet eenvoudig in cijfers uitdrukken. Er bestaat relatief weinig onderzoek naar de directe economische waarde van een UNESCO-erkenning (net zoals dat geldt voor natuurbescherming). Wel blijkt uit internationale ervaringen dat een dergelijke status vaak fungeert als kwaliteitskeurmerk. Het vergroot de internationale zichtbaarheid van een bestemming, trekt bezoekers aan en kan bijdragen aan investeringen in restauratie, behoud en toeristische ontwikkeling. En die waarde moet niet onderschat worden.
Daarnaast biedt UNESCO een platform waarop overheden, ondernemers, maatschappelijke organisaties, onderwijsinstellingen en bewoners elkaar kunnen vinden rond een gezamenlijke visie op de toekomst van een gebied. De waarde van de erkenning ligt daarom niet uitsluitend in directe inkomsten, maar ook in de mogelijkheden die zij creëert voor samenwerking en duurzame ontwikkeling.
Aruba: een biosfeerreservaat met grote ambities
Waar Curaçao vooral kijkt naar het behoud van een historische stad, richt Aruba zich met zijn nieuwe UNESCO-status op de toekomst van het eiland als geheel, inclusief de zee eromheen.
De aanwijzing van Aruba als UNESCO-biosfeerreservaat betekent dat het eiland wordt erkend als één samenhangend systeem waarin natuur, cultuur, economie en samenleving nauw met elkaar verbonden zijn. Land en zee worden daarbij niet afzonderlijk bekeken, maar vormen samen één ecosysteem.
De erkenning sluit aan bij de langetermijnvisie die de afgelopen jaren door onder meer de Aruba Conservation Foundation is ontwikkeld. Daarbij staat duurzame ontwikkeling centraal. Een gezonde natuur wordt gezien als een voorwaarde voor economische veerkracht, voedselzekerheid, toerisme en bescherming tegen de gevolgen van klimaatverandering.
Deze visie komt onder meer tot uiting in projecten voor herbebossing, koraalherstel en de verdere ontwikkeling van het Aruba Marine Park. Opvallend is dat de biosfeerstatus niet alleen het resultaat is van inspanningen van de overheid. Ook natuurorganisaties, wetenschappers, ondernemers, vissers, scholen en jongeren hebben bijgedragen aan het proces.
Daarmee wordt duidelijk dat het succes van een biosfeerreservaat uiteindelijk niet afhangt van een UNESCO-certificaat aan de muur, maar van de bereidheid van de samenleving om samen aan dezelfde doelen te werken.
Die gezamenlijke aanpak is ook zichtbaar in andere initiatieven. Zo werkte Coleccion Aruba aan het digitaliseren van het culturele erfgoed van het eiland. Hierdoor zijn historische documenten, foto’s en andere bronnen toegankelijk gemaakt voor iedereen die meer wil weten over de geschiedenis en cultuur van Aruba. Ook eerdere pogingen om rechten van de natuur op te nemen in de Staatsregeling passen binnen dezelfde gedachte: natuur niet uitsluitend beschouwen als een economisch hulpmiddel, maar als organismen met een eigen waarde die bescherming verdient.
De werkelijkheid is weerbarstig
Tegelijkertijd is de praktijk vaak minder ideaal dan beleidsdocumenten suggereren.
In Aruba wordt al jaren gediscussieerd over de grenzen van verdere toeristische groei. De slogan "No more hotels" klinkt nog steeds regelmatig. De snelle ontwikkeling van het toerisme heeft geleid tot toenemende druk op infrastructuur, afval(water)verwerking, waterbeheer en natuurgebieden. Dezelfde ontwikkeling zien we in Curaçao. Steeds harder klinkt de roep aan de rem te trekken als het om toeristische ontwikkeling gaat.
Ook maatschappelijke vraagstukken blijven bestaan. De woningnood is groot, de kosten van levensonderhoud stijgen, het wegennet is overbelast en een deel van de bevolking profiteert slechts beperkt van de economische groei. Daarnaast zorgen discussies over ATV’s, elektrische steps en andere vormen van recreatief gebruik van de openbare ruimte, zoals stranden, regelmatig voor spanningen tussen economische belangen, leefbaarheid en natuurbehoud.
Deze uitdagingen laten zien dat duurzame ontwikkeling meer vraagt dan mooie ambities alleen. Het vereist voortdurende keuzes, compromissen en een open en eerlijk maatschappelijk debat.
Een gedeelde verantwoordelijkheid
De UNESCO-erkenningen van Aruba en Curaçao verschillen sterk van karakter, maar hebben één belangrijk gemeenschappelijk element: zij zijn bedoeld om uiteindelijk ten goede te komen aan de bevolking van de eilanden. Voor Curaçao betekent dit dat het zorgvuldig beschermen van de historisch Willemstad, een verantwoordelijkheid is die voortvloeit uit internationale verplichtingen. Voor Aruba betekent het het waarmaken van een ambitieuze visie waarin natuur, economie en samenleving in balans moeten worden gebracht.
Of deze doelstellingen daadwerkelijk worden bereikt, zal de toekomst moeten uitwijzen. Eén ding staat echter vast: een UNESCO-status is geen eindpunt, maar het begin van een voortdurende opdracht om erfgoed, natuur en ontwikkeling met elkaar te verbinden.




























